kort verhaal
22 augustus
Martijn hoort en ziet niets. Niets. Niet het gebabbel van zijn collega’s over hun weekend. Ook de Excel-formules op het beeldscherm bereiken zijn hoofd niet. Het is maandagochtend op de afdeling. Maar Martijn, achter zijn bureau, ziet alleen de innerlijke film van thuis voor zich. Die wordt herhaald en herhaald, tot hij er gek van wordt. Isolde in haar badjas op de bank. De hele dag. Haar vettige lange haren in pieken over haar grauwe gezicht. Haar ogen leeg. Een half jaar al zit zijn vrouw nu thuis. Overspannen. Somber, boos en verdrietig. De kinderen bewegen omzichtig om haar heen. En het wordt niet beter, ze glijdt juist steeds verder af. Van een slanke, enthousiast freelancende muziekjuf is Isolde veranderd in een werkloze, zuchtende schim. Wát hij ook zegt. Wát hij ook doet. Niets helpt. Het vreet aan hem. Het is maandagochtend. Maar Martijn is eigenlijk al óp.
Een hand op zijn schouder onderbreekt zijn gedroom. “Hallo. Hallo Martijn! Alles goed?” Het eerst wat hij gewaar wordt is een opvallende onbekende parfumlucht. Dan draait hij zich om en ziet Annelaine achter zich staan, zijn nieuwe chef. Hij kleurt rood: “O. Sorry, ik was even in gedachten.”
“Ja, dat zie ik. We hadden een afspraak om elf-dertig. Loop je mee?”
Er is veel veranderd sinds de oude Bruggencate vorig jaar met pensioen ging. Annelaine van Galen werd hier als afdelingshoofd gedropt vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam. Geen goedbuikige ouwe vent zoals de grijze Bruggencate. Maar een slank, hittepetittig Randstads vrouwtje. Met een Gooise rollende ‘rrrr’. Zij draagt geen sloffige grijze kleren zoals zijn vroegere chef, maar dure, strak gesneden mantelpakjes en rinkelende armbanden. Voorlopig komt ze eerst voor een jaar. Ze moest kijken of ze hier in Winschoten niet zou stikken, hoorde hij haar laatst aan de telefoon zeggen. Daarom heeft ze haar huis in Amsterdam aangehouden. Iedere vrijdag rond lunchtijd rijdt ze in haar rode cabrio weer terug.
Ze leidt hem naar het zitje in haar kantoor. Zoiets stond hier in Bruggencate’s tijd nooit, twee moderne pauwblauwe design fauteuiltjes. Ze kijkt hem aan met een vriendelijke oogopslag. “Ik houd met iedereen een kennismakingsgesprek. Jij bent hier de hoogst opgeleide. Dus ik wil alles van jou leren waar ik rekening mee moet houden hier in de vestiging.”
Op een of andere manier leidt haar vraag hem af van zijn zorgen thuis. Het vleit hem dat ze waarde hecht aan zijn mening. Uitgebreid vertelt hij over de alle hobbels en ontwikkelingen in de Winschoter vestiging. Het doet hem eigenlijk wel goed. Even met iets anders bezig zijn. Ze luistert goed. En het raakt hem als Annelaine’s grote grijsgroene ogen hem ondertussen belangstellend en goedkeurend aan blijven kijken.
“Eh, ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik er naar vraag. Ik ving ergens op dat het thuis niet zo lekker gaat. Wil je daar wat over vertellen?” Martijn aarzelt.
“ O, trouwens. Het is al twaalf-dertig zie ik. Kom. Vertel me dat maar bij de lunch. Dan ben je er even uit. Op kosten van de zaak hoor. Ik wil dat eettentje aan het water bij Blauwestad proberen. OK?”
Hij voelt zich er wat ongemakkelijk bij. Eerst al om in een open cabrio naast een andere vrouw door Winschoten te rijden. En nu om hier met haar te zitten lunchen. En hij wil zijn sores eigenlijk voor zich houden. Maar als hij zijn broodje kip-pesto op heeft, begint hij toch voorzichtig. En door haar aanmoedigende vragen vertelt hij meer dan hij eerst van plan was. Hoe zwaar het voor hem is, hoe machteloos hij zich voelt, en hoe eenzaam. Eigenlijk voelt het wel goed om zijn hart eens een keer te kunnen luchten.
“Man, wat een naar verhaal, zeg. Dat moet heel pijnlijk voor jou zijn om het contact met je vrouw zo kwijt te raken.” Hij voelt haar hand met rinkelende armbanden ineens vertrouwelijk op de zijne landen. “Ik ken het wel hoor. Dat machteloze gevoel. Ik ben twee jaar geleden uiteindelijk ook gescheiden..”
Martijn kijkt even van haar weg, zijn blik dwaalt over het water.
“Krijgt ze wel hulp? Die eh, Isolde heet ze toch? Ik ken wel een lifecoach hier in de buurt… Kennisje van me. Wacht, dan geef ik je haar kaartje.” Dat had hij nog nooit meegemaakt. Een leidinggevende die zich niet als baas opstelt, maar die meeleeft met zijn privé problemen..
Terugkomen bij het werk, ziet hij grote vleugelmoeren uit de opengeslagen kap van haar cabrio steken. Die is blijkbaar een keer slordig gerepareerd.
Als hij die avond thuis komt en gaat koken, ligt Isolde op de bank in haar badjas. Haar ogen dicht, zonder te slapen. Hij wil het niet, maar hij voelt het wél: een lichte walging. Dat scheurt hem doormidden. Hij heeft altijd echt van haar gehouden. Hij kende nooit een mooiere, lievere vrouw dan Isolde. Als hij samen met haar zong, kon hij tranen in zijn ogen krijgen.Zij met haar gevoelige hoge sopraanstem. Alles moet toch weer goed kunnen komen? Maar hij weet één ding zeker. Dan zal híj daar voor moeten zorgen. Zorgen dat het schip niet definitief zinkt. Ook voor de kinderen. Die kunnen er niks aan doen. Aan tafel heeft hij uiteindelijk weinig zin in eten. Hij heeft buikpijn. Nare buikpijn.
Die nacht ligt hij in het donker te malen. Isolde verdient nu geen cent meer. Hoe moeten ze de hypotheek nou op blijven hoesten? En ze wíl ook niet eens meer aan het werk gaan. ‘Niet in dit verstikkende schoolsysteem; dan maar geen geld; geld is niet belangrijk,’ zegt ze de laatste tijd. Hij ervaart haar steeds meer als een vreemde, die vrouw die daar naast hem in bed ligt te woelen en te draaien. Af en toe ziet hij ongewild weer Annelaine’s grote grijsgroene ogen voor zich die hem belangstellend aankijken. Martijn voelt hun schip steeds dieper zinken.
3 september
Na de wekelijkse stafvergadering vraagt Annelaine hem nog even te blijven.
“Martijn, ik heb zo meteen een borrel bij de Ondernemersvereniging. Hier om de hoek in Hotel Spoorzicht. Maar ik wil daar als vrouw liever niet alleen heen. Zou jij me willen vergezellen? Anders voel ik me daar zo verloren.. ”
Martijn kijkt raar op van haar vraag.
“Weet je, dan kun je ook een beetje tolk spelen. Ik versta de mensen hier soms zo slecht.”
“Nou, hooguit een half uurtje dan. Ik moet op tijd thuis zijn om te koken.”
Zo lopen ze erheen. Samen. Hij ziet zijn collega’s door het raam naar hen kijken. Daar zullen weer wel opmerkingen over komen.
Praktisch gezien is het wel goed dat hij mee is gegaan. De meesten spreken inderdaad plat Gronings bij de Ondernemersvereniging. Ze zetten wel grote ogen op als ze de nieuwe bedrijfsleidster binnen zien stappen. Ze beginnen wel in het Nederlands tegen haar, maar dat houden ze niet lang vol. Martijn weet zijn inbreng in het gesprek zo te presenteren dat hij onopvallend zorgt voor de Nederlandse vertaling. En de glazen prosecco helpen uiteindelijk ook wel in het wederzijds-begrijpen. Er wordt in iedere geval veel gelachen. Als ze door de lege straten teruglopen naar de parkeerplaats zwalkt Annelaine een beetje. Ze geeft hem een arm en loopt dicht tegen hem aan. Hij voelt haar heup tegen de zijne.
“Geweldig hoe je me terzijde stond, Martijn.” Martijn humt wat ongemakkelijk terwijl ze doorlopen.
Bij haar auto aangekomen omhelst ze hem met een zoen op zijn wang: “Dank je wel. Je bent een geweldige vent, Martijn. Weet je dat wel?”
Martijn draait zich wat stijfjes los uit haar omhelzing. “Nou, eh. Graag gedaan.” Snel loopt hij naar zijn auto.
28 september
Een paar weken later kijkt Martijn op als hij uit zijn werk thuiskomt. De bank is leeg. Isolde staat in haar badjas aan het aanrecht. Hij durft zijn ogen niet goed te geloven.
“Hoe gaat-ie?”, vraagt hij voorzichtig. Ze kijkt hem vluchtig even aan en gaat door met snijden: “Ik ben blij dat ik met die pillen van de dokter gestopt ben. Allemaal chemisch vergif van de big farma. Je wordt er apathisch van. Ik draag nu een maansteen aan een hangertje, kijk. Dat helpt veel beter. Het is nog maar een paar dagen, maar ik voel het nu al. Die coach die je mij aanraadde, die Belladonna, die snapt het echt. Hoe de wereld in elkaar zit. Dat voel ik gewoon. Kijk, dan laat ik je even haar foto op haar facebookpagina zien. Zó’n leuke uitstraling heeft ze. ”
Hij ziet een foto van een vrouw met zwarte haren in een lange witte jurk in de ondergaande zon. Ze laat een witte duif wegvliegen uit haar handen. Martijn heeft wat bedenkingen door die foto. Maar hij voelt ook weer een heel klein beetje zuurstof in huis. In bed komt Isolde eventje tegen hem aanliggen.
29 september
Als hij de volgende ochtend de parkeerplaats op komt rijden, staat Annelaine de kap van haar cabrio dicht te doen. Er is nog maar één plekje vrij.
“Zo, dat vrouwtje van je is dus weer een beetje okay?” hoort hij als hij uitstapt. Hij weet niet of hij haar goed verstaan heeft. Zegt ze dat nou? Of vraagt ze het?
Hij knikt. Aarzelend en bedachtzaam. “Een beetje, ja. Het zijn kleine stapjes.”
“Mooi, mooi, mooi! Dat komt goed uit. Zeg ik heb iets. Echt iets voor jou. Een korte spoedklus. Ongeveer twee weken werk. Bij de vestiging in Limburg is de administratie een puinhoop. Daar wil ik iemand als jou even opzetten. Kan het hoofdkantoor zien dat Martijn Woltjers uit Winschoten zijn salaris nog steeds echt waard is.” Ze meldt het kortweg alsof ze een vergadering aankondigt.
Martijn is met stomheid geslagen. Hij draait hoofdschuddend van haar weg en wil naar de deur lopen.
Ze loopt hem na en houdt hem tegen. “Kom op man. Je weet dat hier in Winschoten ontslagen dreigen. Ik moet flink bezuinigen. En als ik jou kan outsourcen, levert dat geld op. En dan heb jij meer kans dat je je baan kunt houden. Een beetje pit alsjeblieft! Het is Maastricht, geen Marokko. Nou, Ik heb alvast voor twee weken een hotel voor je gereserveerd daar. Prima restaurant ook. Ik kom er zelf ook vaak. Je wordt daar maandag om elf uur verwacht. Am I clear?!”
Martijn klinkt wanhopig. “Nee, echt ik kan niet weg hier. Echt niet. Stuur Liam maar, die is alleen. Ik heb kinderen een overspannen vrouw en. Dat is toch duidelijk?“
Haar mondhoeken trekken samen. Haar stem klinkt ne snerend: “Hoezo, laat dat sneue vrouwtje van jou nou toch eens een keer los. Maar goed. Ik kan het natuurlijk ook melden bij Human Resources op het hoofdkantoor. Woltjers uit Winschoten is niet flexibel genoeg meer voor zijn functie. Zal ik dat dan maar doorgeven?” Hij schudt zwijgend zijn hoofd.
De hele ochtend komt er niets uit zijn handen. Hij schuift lukraak wat getallen heen en weer op zijn beeldscherm. Helemaal in gedachten verzonken. Meest van de tijd staart hij naar buiten waar de dorre blaadjes uit de bomen dwarrelen. Daar ziet hij Annelaine op de parkeerplaats het dak van haar cabrio openen. Luid lachend staat ze erbij te telefoneren. Ze wikkelt een sjaaltje om haar haren, stapt in en rijdt met een woeste dot gas de parking af.
Thuisgekomen licht hij Isolde met bezwaard gemoed in. Hij kiest zijn woorden voorzichtig. Bang om haar van streek te maken. Dat het maar voor twee weken is, dat het gewoon in Nederland is. Dat ze kunnen videobellen. Hij verwacht ieder moment dat ze somber en boos in zal storten.
Maar ze reageert heel anders: “Oh prima hoor. Geen probleem. Het komt me eigenlijk best goed uit. Belladonna vond ook al dat ik eens wat meer afstand van jou moest nemen. Jij bedisselt alles altijd in mijn leven. Ik zal blij zijn als je even uit mijn buurt bent..“
Als hij haar vertwijfeld aankijkt, vraagt ze boos: “Is er iets? O, ja hoor. Martijn denkt weer dat ik helemaal níks kan, hè?” Het is de volgende morgen nog steeds een ijzige sfeer tussen hen wanneer hij in de auto naar Limburg stapt.
6 oktober
Vanuit zijn Limburgse hotelkamer probeert hij iedere dag even te videobellen met thuis. De kinderen vertellen kakelend wat ze op school hebben gedaan. En wat ze die avond hebben gegeten. “Hoe heette dat Mama, wat we vandaag aten?”, hoort hij ze roepen.
“Veganistische schotel van vergeten streekgroenten,” klinkt het op de achtergrond.
“En was het lekker?”, vraagt hij.
Ze fluisteren het hem toe, zodat hun moeder het niet hoort: “Nee. Het was heel vies. Met allemaal van die enge groene draadjes en dingetjes. Ieuw!”
Van Isolde zelf krijgt hij nauwelijks hoogte in het gesprek. Ze geeft alleen korte antwoorden op zijn vragen. Meer niet. En ze kijkt weg. Hij ziet dat ze haar mooie lange krullen helemaal heeft afgeknipt. Hij besluit er maar niets over te zeggen, bang om het broze evenwicht te verstoren. Dan valt hem nog iets op. Hij ziet op de achtergrond een oranje met rood gevlamde muur met allemaal van die manshoge paarse en roze mandala’s erop geschilderd. “Hé? Waar zitten jullie eigenlijk? Zijn jullie nu niet thuis?”
“Oh, dit is mijn nieuwe meditatieruimte. Wat altijd eerst jouw werkkamer was. Dat raadde Belladonna me aan. Ruimte voor mijn persoonlijke aura. Ik ben zélf ook iemand, Martijn! Ik heb mijn éigen ziel. Dat wist jij niet hé? Ik heb jouw bureau en jouw ordners en zo allemaal op zolder gezet. Onder het dakraampje. Dat was nog een heel gesjouw hoor. Vind je het niet leuk geworden hier? Met al die natuurlijke kleuren. Belladonna zegt ook dat we het werk en het geld niet zo centraal moeten stellen. Nu heb ik een ruimte om me in mezelf terug te trekken. Ik ben er blij mee. O, het gaat zó nu goed met me, Martijn.”
Isolde vertelt het op een toon die Martijn doet huiveren. Hij hoort de wanhoop onder haar broze lachjes als glasscherven onder een blinkend wateroppervlak. Hij heeft het gevoel dat hij met een totale vreemde praat. Er klopt hier iets niet. Eigenlijk zou hij meteen in de auto naar Winschoten moeten stappen. Gelukkig is zijn klus hier binnenkort klaar. ’s Nachts, woelend in zijn hotelbed, voelt hij zijn lekkende schip machteloos dobberen in de golven.
7 oktober
De volgende avond zit hij in het restaurant van hotel Oudt-Maestricht. Hij heeft eigenlijk helemaal geen trek. De couscous-salade maar, vandaag. En geen nagerecht. Onder het geroezemoes door hoort hij af en toe de piepende klapdeuren helemaal achterin open gaan. Hij zit al etend in gedachten verzonken somber uit het raam te staren. Een uur tevoren heeft hij ge-videobeld met Isolde. Hij kon zijn oren en ogen niet geloven. Isolde zat verdomme op Ibiza. Op Ibiza! Hij was ineengekrompen toen ze het vertelde. “Belladonna heeft me dit aangeraden. Ik volg hier een healingweek met maanmeditaties bij Giel Beelen en Doutzen Kroes. Je weet wel. Van de TV. Wat een helden! De maan heeft zo’n positieve invloed op ons, Martijn! Als we er maar voor open willen staan. En Giel geeft ons van die drankjes waardoor we onze harten echt van binnen leren kennen.“
“Maar waar zijn de kinderen dan?” had hij vertwijfeld gevraagd. “Zijn die daar ook?”
“Nee, gekkie. Die heb ik even bij zo’n gastgezin ondergebracht. Die redden zich heus wel hoor. Het duurt maar negen dagen. O, ik ben toch zo gelukkig hier. Zóo gelukkig. Ik zie nu echt wat mijn missie is op deze wereld. O ja, trouwens… We stonden rood, merkte ik. Maar Belladonna heeft het me allemaal voorgeschoten. Ook de vliegreis en de maankristallen. Zó lief van haar!“ Hoofdschuddend had hij met pijn in ‘t hart naar het beeldschermpje zitten kijken.
Weer hoort hij nu de klapdeuren piepend open gaan, gevolgd door trippelende pasjes en gerinkel. Hij kijkt even om en ziet in de verte een lange gestalte binnenkomen. Dat waren dus rinkelende armbanden. Hij neemt een hap couscous. Als hij ineens een hand op zijn schouder voelt, schrikt hij op: “Zo, mooie Martijn Woltjers uit Winschoten, hoe bevalt het wereldse zakenleven?”
Ze gaat tegenover hem aan het tafeltje zitten. “Ik krijgt hier uit Limburg goede berichten over je. Mooi werk! Kun je goed gebruiken op jouw track record. Ik wist wel dat ik op je kan rekenen. Het hoofdkantoor is ook trots op je. En…. Ik heb goed nieuws. Ze willen je hier nog een weekje langer voor een andere klus. Leuk hè?!”
Martijn is met stomheid geslagen. “Sorry, dit kan echt niet. Ik móet terug naar Winschoten. Anders loopt het thuis helemaal mis. Misprijzend kijkt Annelaine hem aan: “Nou, daar hebben we het nog wel over. Maar iets anders. Ik heb zo meteen een bespreking bij de bank. Hier in Maastricht. Daarom ben ik hier. Ik wil graag dat jij met mij mee gaat. Twee zien meer dan een. Okay?” Hij weet niet beter dan akkoord te gaan.
Het overleg bij de bank verloopt voorspoedig. Annelaine’s kredietaanvraag lijkt een grote kans van slagen te hebben. Ze had alles blijkbaar goed voorbereid. Ze is in een jubelstemming als ze vanuit het bankgebouw langs het Vrijthof in Maastricht lopen. Ze geeft hem vertrouwelijk een arm. Tegen hem aangedrukt sleept ze hem een tijdje later de hoek om, een café binnen. “Kom Martijn, even een wijntje om het te vieren.”
Ze is naast hem komen zitten op zo’n rond bankje helemaal achterin de zaak. De fles chardonnay wordt gebracht. Ze proosten. Bij de derde slok voelt hij haar tegen hem aan schuiven. “Zo, Martijn. Wij mogen het nu ook wel eens gezellig hebben hè. Dat hebben we vandaag wel verdiend na onze succesvolle presentatie bij de bank…” Haar hoofd is vlakbij het zijn als hij voorzichtig haar hand op zijn been voelt. Het is lang geleden dat een mooie vrouw belangstelling voor hem toonde. Isolde is al zo lang emotioneel afwezig. Hij gloeit en groeit erdoor. Samen met de roes van de verrassend lekkere wijn begint dit alles heerlijk zijn ziel binnen te glijden. Ze zijn even stil.
Verderop in het café wordt ineens luidruchtig ruzie gemaakt. Annelaine kijkt verstoord om. Hij ziet haar strakke gezicht en profile, haar fel gestifte lippen, haar gestylde kapsel. Plots ziet hij voor zijn geestesoog een foto van Isolde voor zich, van een paar jaar geleden. Isolde met haar blonde krullen in de Zwitserse zon. Isolde die hem van opzij liefdevol aankijkt. Isolde die samen met hem om de kinderen moet lachen. Dié Isolde wil hij terug. Hij weet niet of het nog gaat lukken. Maar hij zal ervoor vechten. Hij moet terug naar Winschoten. Eerst maar eens de kinderen weer thuishalen. Vanavond nog.
Anneleine’s lichaamswarmte en de pregnante geur van haar parfum maken hem nu bijna misselijk. Als hij haar hand over zijn been voelt verschuiven verstijft hij. Hij zet zijn halfvolle glas weg. “Ik eh… Ik geloof dat ik maar weer eens opstap. Sorry. Ik moet ervandoor. ”
Ze trekt haar hand terug en draait zich naar hem toe. Haar gezicht is nu intimiderend vlakbij het zijne. Ze is ‘not amused’. Haar opgemaakte ogen staan koud als blauw ijs. Haar mondhoeken zakken. “Oh.. my… god…. Waar is je lef gebleven, boerenkinkeltje uit Winschoten? Wil je zogenaamd weer naar je huisje boompje beestje in Winschoten? Daar is nu helemaal niemand, hoor.”
Als een stijve hark staat hij op. Terug op zijn hotelkamer checkt hij even de facebookpagina van Belladonna, die zogenaamde coach. En wat ziet hij tot zijn verbazing? Een hele rij berichtjes van Annelaine op haar tijdlijn. Verdomme. Die twee zijn schoolvriendinnen van vroeger. Spelen ze soms onder één hoedje? Met zijn Isolde en hem als speeltje?
11 oktober
Met zweet in zijn oksels zit Martijn een week later terug in Winschoten op een ongemakkelijk stoeltje te wachten voor haar bureau. Zijn oog dwaalt geïrriteerd over het dure designmeubilair hier in haar kantoor. Annelaine blijft gewoon rustig doorbellen. Af en toe waaien haar ogen ondertussen even nietszeggend over hem heen.
Als ze eindelijk klaar is met haar telefoongesprek, kijkt ze hem even aan.
“Hè? O ja. Jouw functioneringsgesprek. ” Ze staart even in stilte naar buiten.
”Nou……. Lang verhaal kort. Je weet dat ik hier in de vestiging veel dood hout moet snoeien. En… Daar wil ik naar jou toe heel eerlijk over zijn. Het zal niet meevallen jou hier te houden.. Ik zie te weinig kwaliteit uit jouw handen komen.”
Martijn zucht. Maar ze dendert al weer voort. “En bla, bla, bla. Je overspannen vrouw. Ja. Weet je? Wat boeit dat gekke mens van jou mij nou? Helemaal niets! Laat haar los, of hou je mond erover. Am I clear?”
Ze wendt zich onverwachts van hem af en opent haar laptop. Het gesprek is blijkbaar beëindigd.
Met hangende schouders loopt hij het gebouw uit. Machteloosheid en woede vechten in zijn lijf om voorrang. Even een blokje om maar, om af te koelen. De lucht is aan het betrekken. Helemaal achteraan de parking ziet hij haar cabrio staan. Kap nog steeds open. Hij slentert erheen en blijft er even wat staan rommelen voor hij terug naar zijn werkplek loopt. De vragende ogen van zijn collega’s negeert hij. Verbeten stort hij zich op zijn beeldscherm.
Als hij later even opkijkt door het raam ziet hij Annelaine achter op de parkeerplaats in gesprek met een vrouw. Ze staan samen te lachen. Die vrouw komt hem bekend voor met haar witte kleren en haar lange zwarte haar. Het is die Belladonna. Dan ziet hij regenspetters op het raam verschijnen. En in korte tijd begint het te plenzen, te hozen. Buiten probeert Annelaine vruchteloos de kap van haar cabrio dicht te krijgen. Helemaal doorweekt en met natte piekharen staat ze uiteindelijk woedend te rukken en te trekken, maar het lukt niet. De kap blijft open staan terwijl haar auto zo te zien volloopt in de plenzende stortregen. Wanhopig kijkt ze tevergeefs om zich heen voor hulp.
Vanachter zijn bureau kijkt Martijn grimlachend naar de vier grote bouten met vleugelmoeren in zijn hand. Net goed. Misselijk rotwijf. Met je cabrio!
(c) Han Pijs 2024
Reageren? verhalen@hanpijs.nl