Kort verhaal
Opheffingsuitverkoop, leest Arend van Dam als hij voor Intertoys langsloopt. Zijn vaste looproute vanuit kantoor naar de bushalte. Twaalf minuten voor zes. ’t Kán nog net. Hij zweet en doet zijn stropdas wat losser. Zal hij naar binnenlopen of niet? De keren dat hij hier samen met Els loopt, durft hij het al niet meer. Hij weet donders goed hoe ze erover denkt. Maar nu. De winkel wordt blijkbaar opgeheven. De enige in de stad met zo’n goede gespecialiseerde afdeling. Dat kunnen ze hem toch niet aandoen? Twee kanten in hem vechten om zijn keuze. Zijn verstandige verliest.
Hij stapt vanuit de regen naar binnen, veegt zijn beslagen bril af en klapt zijn paraplu dicht. Het is stampvol hierbinnen. Benauwd ook. Veel moeders met kinderen. Met zijn koffertje en paraplu in zijn ene hand, glijdt Arend met zijn andere over de schappen op de afdeling Modelbouw. Veel planken zijn al leeg. Als een mond waar kiezen uitgetrokken zijn. Hij hoopt maar dat er geen bekenden in de winkel zijn die hem hier zien. Shit! Die vrouw daar achter lijkt wel op Samantha van de administratie. O. Gelukkig, ze neemt de roltrap naar boven. Mmm, deze diesellocs van Märklin zijn flink afgeprijsd, maar hij heeft er al zo een. Deze werkspoorlocomotief dan? Prachtig. Maar deze dan, de 37689 DB. Deze originele stoomloc 39530 van de Deutsche Bahn zoekt hij al jaren. Zo mooi, zo gedetailleerd nagebouwd. Schaal 1 op 87. Wow. Het bloed stijgt hem naar het hoofd, als hij met verliefde ogen het doosje voorzichtig in de hand neemt.
Els had er heel erg aan moeten wennen, toen ze elkaar net hadden leren kennen. Daar was ze eerlijk in geweest. Een man van tweeëndertig die zijn grootste slaapkamer helemaal had volgebouwd met een gigantisch treinemplacement. En die zelf in het zijkamertje sliep. Ook met haar. Hij was altijd gewend geweest, zijn vrije tijd en geld in zijn grote hobby stoppen. Het was dan ook een fantastisch geheel. Met computergestuurde treinlijnen die automatisch stopten op de vier stations. Met verlichte huisjes, winkels en kerkjes die ieder uur galmende klokken lieten horen. Met wit besneeuwde bergen, tunnels en kabelbaantjes. Arends grote heimelijke trots.
Ook voor hem was het erg wennen geweest, toen Els met Sanne, haar drie jaar oude dochtertje, uiteindelijk bij hem introk. “Nee. Maar echt, Arend. Als jij niet bereid bent je treintjes naar de zolder te verhuizen, dan stop ik er mee. Ik ga hier niet in dit piepkleine kamertje slapen. Kies maar. Wie vind je het belangrijkst? Mij of je treintjes?” Sindsdien stond zijn emplacement op de koude zolder te wachten op de spaarzame keren dat Arend de vlizotrap opklom. Els had het niet zo hard bedoeld, maar ze speelde het wel hard. Dat had ze hem achteraf eerlijk bekend. Diep van binnen had ze wel een zwak voor de man die nog zo kon spelen, zei ze. Maar ze was het wel meer dan beu dat er nooit geld was voor kleren en speelgoed voor Sanne. Of voor vakanties.
Dromerig staat Arend nu de prachtige gebouwde locomotief in zijn hand te bewonderen. Kijk hoe mooi dat schoorsteentje en die aandrijfstangen gebouwd zijn. Dan merkt hij ineens dat verderop, bij de Playmobil-afdeling, twee dikkige jongetjes een beetje spottend naar hem staan te kijken. Gemene oogjes loeren hem boven hun volgevreten wangetjes aan. Ze smiespelen met elkaar, kijken dan weer wijzend naar hem en lachen dan smalend. Om hem, zo te zien. Een volwassen kerel die treintjes koopt. Arend keert ze de rug toe en zoekt het prijskaartje. Nu, van €527 voor €349. Oei. Hier zouden ze ook het kinderfietsje voor kunnen kopen dat Sanne dringend nodig heeft. Maar het is zo’n unieke kans.
Vlak voor de winkel gaat sluiten komt er ineens nog een enorme groep tieners naar binnengestormd. Arend wordt van achterlangs voortgeduwd in een kolkende mensenmassa. Ineens treft hij zichzelf aan in de rij voor de kassa. Met het begeerde stoomlocomotiefje in zijn hand. Hij houdt het achter zijn koffertje. Niemand hier hoeft te zien wat hij wil kopen. Langzaam schuift hij naar voren. Hij kán het nu nog terug gaan leggen. ’t Kan. Dan voelt hij van rechts ineens een hele harde duw tegen zijn rug. Hij schrikt en heeft moeite om niet om te vallen. Het locomotiefje glijdt daarbij plotsklaps uit zijn hand en dondert met hard gekletter op de stenen vloer. Hij ziet hij de twee dikke jongetjes luid joelend bij hem vandaan rennen. Van een afstandje kijken ze nog heel even om met hun misselijke varkensoogjes.
Een golf kramp schiet door zijn buik. De stoom komt hem uit de oren. Beschaamd kijkt Arend naar de grond. Daar ligt het. De verpakking nu lelijk beschadigd. De loc waarschijnlijk ook. De wachtende mensen bij de kassa’s deinzen wat achteruit alsof het om een bom gaat. Tientallen vreemde ogen kijken Arend van Dam vragend aan. Hij bevriest. Verderop ziet hij Samantha van de administratie nu van de roltrap naar de kassa komen lopen. Arend schuifelt achteruit. Hij laat het locomotiefje op de vloer voor wat het is en schiet met een rood hoofd naar de uitgang.
(c) Han Pijs 2023
Reageren? verhalen@hanpijs.nl