Kort verhaal

“Hé, uitkijken sukkel!”, schreeuwde zo’n westerling op een racefiets, toen Fokko de kruising bij het Pekelderhoofddiep overstak. Hij had niet goed uitgekeken. Doordat zijn bril beregend was in de stortbui. Maar vooral door zijn hoofd vol verwarrende beelden. Heel verwarrende. Wat was er de laatste tijd toch met hem aan de hand?

Vorige maand had personeelschef Van Dalen ze allemaal bij elkaar geroepen. Reorganisatie. De Veenkoloniale Assemblagewerkplaats was overgenomen door Intershave BV. En die had geen ‘personeel’ maar ‘human resources’. En die moesten ‘developing’ ondergaan. Of zoiets, meende Fokko. Hij had maar weer eens in zijn lauwe koffie geroerd en alvast een shaggie gedraaid voor in de pauze. Zestien jaar werkte hij nu al hier. Meer dan minimumloon zat er niet aan. Maar ja. Hij woonde nog steeds bij Vader en Moeder. Lekker goedkoop en makkelijk. ’t Zal mijn tijd wel duren, dacht-ie.

Maar een week later stond er ineens een glanzende Audi van het hoofdkantoor uit Rotterdam op de parkeerplaats. De TL-buizen in de werkplaats bleven uit. In de kantine moesten Fokko en zijn collega’s allemaal vragenlijsten en testjes invullen. En daarna praten met een coach. Hij kreeg al buikpijn tijdens het invullen. En nog meer toen de coach hem naderhand op kwam halen. Ze heette Mounira en lachte hem vriendelijk toe. Uit dat gesprek waren hem achteraf vooral haar vragen bijgebleven: “Wat doe jij hier eigenlijk nog, Fokko? Jij hebt toch veel meer in je mars dan hier in Pekela jarenlang scheerapparaten in elkaar klikken! Heb je nooit je MBO-Elektro af willen maken? Voor een betere baan? En – ik mag dat eigenlijk niet vragen – maar waarom woont een slimme dertiger als jij nog bij zijn ouders?”

Thuis, tijdens het avondeten was hij stil geweest en die nacht had hij onrustig geslapen. Hij zag steeds Mounira’s donkerbruine ogen voor zich terwijl ze hem uitnodigend aan bleef kijken. Hij voelde zich wat misselijk, maar niet door het eten. De maandag daarop had Van Dalen vijf uitnodigingen. Ook een voor Fokko. Voor een workshop ”Droom je Toekomst”, ‘s middags in de directiekamer. Het moest niet gekker worden. Maar hij was ook wel nieuwsgierig.

Mounira liet ze allemaal in een gemakkelijke fauteuil zitten. Daarin moesten ze achterover gaan liggen en hun ogen sluiten. Haar exotische stemgeluid had hem bedwelmd: “Ontspan je helemaal. Voel de levensenergie door je lichaam stromen, voel je bloed door al je aderen lopen.”
Dit was andere koek dan Vader’s commentaar op de Pekelder Boys of de flauwe moppen van zijn collega’s.
“Zie nu een leven voor je waar al jouw talenten gewaardeerd worden. Waar jij straalt in het middelpunt,” zinderde Mounira’s stem zacht voort. Fokko kreeg ongewild een visioen van hemzelf in een mooie fabriek. Hij gaf iedereen instructies, terwijl ze hem vol ontzag toeknikten. Hij zag ook Angela voor zich, zijn enige verkering ooit. Zij had het uitgemaakt toen ze hem niet weg kreeg bij zijn ouders. En weer kreeg hij dat misselijke gevoel in zijn maag, net als laatst ’s nachts.

De hypnotiserende sessie had wel een half uur geduurd. Toen mochten hun ogen weer open van Mounira. “Wil er iemand iets delen wat-ie heeft meegemaakt?”
Dat deed natuurlijk niemand. Ze waren ja niet gek. Iedereen bleef – dromerig, dat wel – zwijgend uit het raam kijken. Ook Fokko.

Hij zorgde ervoor dat hij als laatste van de vijf naar de kamer uitliep. De andere jongens hoefden niet te zien dat hij tranen had weggeveegd uit zijn rode ogen. Bij de deur zag hij dat Mounira hem vertrouwensvol toeknikte.

(c) Han Pijs 2023